Duel’s in het speciaal onderwijs

Duel’s in het speciaal onderwijs

Er lijkt zich een territoriumstrijd af te spelen tussen ouders en schoolteams in het speciaal onderwijs. Hier kwam ik achter tijdens het uitvoeren van een onderzoek(1). Hoewel dit onderzoek plaatsvond in 2009, merkte ik dat dezelfde duel’s in sommige scholen nog altijd actueel zijn.
Aangezien ouders meestal spreekbuis zijn voor hun kind vanwege de handicap(s), is het van belang dat de onderlinge communicatie tussen ouders en school soepel en opbouwend verloopt. Een verbinding die sowieso om extra aandacht vraag gezien het regionaal (2) karakter met als gevolg van grote fysieke afstand tussen huis en de school.

Deze blog brengt 7 storingsgevoelige gebieden in kaart.
Een onderhuidse stroming werd me zichtbaar binnen deze storings-velden en manifesteert zich op twee terreinen, namelijk:

  1. Emoties bij ouders: er lijkt er weinig of geen bekendheid te zijn bij professionals over het psychisch- en sociale proces dat ouders beleven met het krijgen en opvoeden van een kind met een handicap.
  2. t’ Coniferenoverleg: een fenomeen dat er op neer te komt dat ouders kritisch zijn, praten en klagen met elkaar over de aanpak van school en niet of te weinig met de aangewezen professional. Tevens praat het team met elkaar over de ouders, maar te weinig met ouders, en zaken worden snel gebagatelliseerd. Er worden door partijen oordelen gevormd over zeer uiteenlopende zaken, zonder reality checks.

Deze combinatie van gevoeligheden lijkt te resulteren in de volgende 7 storings-velden:

1.) De vraag van ouders om een andere focus
Informatie die ouders willen communiceren over specifiek handicap-gerelateerde aandachtspunten verloopt niet altijd naar wens. Er zijn verschillende ouders die het gevoel hebben dat hun specifieke vraag, wens en inbreng niet worden gewaardeerd. Ouders voelen zich opdringerig en hebben het gevoel zich (onnodig) met leerkrachtzaken bemoeien.
Deze bevinding wordt door de school niet als zodanig herkend. Men is juist van mening wel degelijk open te staan en ontvankelijk te zijn voor dergelijke extra informatie en een andere focus.

2.) Verschillen in normhantering
Er is tevens een disbalans te zien van normhantering tussen ouders en het schoolteam rondom onaangepast gedrag dat kinderen vertonen. Ouders vinden dat het schoolteam zich dan te mild opstelt of te laat ingrijpt.

3.) Interne overdracht
Als de afstemming met betrekking tot de specifiek handicap-gerelateerde gevolgen uiteindelijk is opgenomen in het onderwijsaanbod, blijkt deze na de zomervakantie door het schoolteam niet of slecht te worden overgedragen aan opvolgende leerkrachten, waardoor ouders dit elk schooljaar opnieuw aan de orde moeten stellen. Dit leidt tot wrevel en fricties.

4.) Diagnose als conflictbron
Het zorgteam(3) vormt in de ogen van de ouders een belangrijke conflictbron. Over de gestelde diagnoses met de daarbij horende voorspellingen wat betreft de mogelijkheden, maar vooral de onmogelijkheden ten aanzien van het kind, ontstaan nogal eens conflicten. Ouders willen graag in mogelijkheden en niet in onmogelijkheden denken, en wantrouwen het diagnosesysteem.

5.) Verwarring rondom het onderwijscurriculum: realiteit als spanning
De bevindingen laten zien dat er een disbalans bestaat tussen de verwachte, en de volgens de ouders ondermaatse cognitieve geleverde prestaties van hun kinderen. Volgens de leerkrachten zijn er steeds meer spanningen rondom de verwachtingen van ouders.

6.) Afstand als belemmering in de communicatie
Uit het onderzoek komt naar voren dat ouders belang hechten aan face-to-face contact, maar dat dit soms lastig is, gezien de fysieke afstand en het drukke bestaan. Daarbij blijken veel ouders het niet altijd even gemakkelijk te vinden om de school binnen te gaan. Ouders voelen zich niet altijd welkom en overbodig.

7.) Schriftelijke communicatie onvoldoende
Er wordt veel belang gehecht aan de uitwisseling van informatie over het dagelijkse reilen en zeilen van hun kind via het zogenoemde contactschrift. De meeste ouders zijn echter niet tevreden over de inhoud van het contactschrift en de frequentie waarmee deze beschikbaar worden gesteld. Ouders willen bijvoorbeeld niet uitsluitend een signaal krijgen als het niet goed gaat met hun kind. Zij vernemen ook graag wanneer het wel goed gaat met hun kind. Leerkrachten zeggen dat ze hier niet altijd voldoende tijd voor hebben en hanteren vaak de stelregel: ‘geen nieuws is goed nieuws’. Gelijktijdig is een tendens van deze tijd is dat er momenteel te veel communicatiekanalen voor handen zijn, hetgeen als overload en verwarring van informatie wordt ervaren.

In een van mijn volgende blogs worden hierop een aantal aanbevelingen gedaan.
Hartelijke groet,
Lot

 


1 Onder cluster 3 vallen de scholen voor leerlingen met verstandelijke (ZML) en/of lichamelijke beperkingen (LG/MG), leerlingen die langdurig ziek zijn (LZ) en leerlingen met epilepsie. Onder cluster 4 vallen de scholen voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig psychisch zieken en onderwijs aan kinderen in scholen die verbonden zijn aan pedologische instituten.
2 Met regionaal wordt hier bedoeld dat de leerlingen vanuit de hele regio of zelfs daarbuiten de school bezoeken. Dit zorgt voor een grote fysieke afstand tussen school en huis.
3 Het zorgteam is verantwoordelijk voor de coördinatie en de bewaking van de ontwikkeling van de leerlingen die extra zorg nodig hebben Daarnaast ondersteunt het zorgteam het schoolteam bij de leerlingenzorg en bij de hulpvragen van de leerlingen. Het team schakelt waar nodig externe deskundigheid in.